Skip to main content

Hoe rijd je op grof terrein met een racefiets?

Hoewel gravelbikes zoals de Devote ontworpen zijn voor comfort op onverharde wegen over lange afstanden, zijn racefietsen zoals de Avail en Langma zeker in staat om stukken met grover terrein aan te kunnen. Verschillende wedstrijden in de UCI Women’s WorldTour bevatten kasseistroken of gravel, zoals de Tour de France Femmes. Ook gran fondo-evenementen bevatten vaak hobbelige B-wegen.

Ben je van plan om gravel of slecht asfalt aan te pakken tijdens je volgende fietstocht? Deze tips helpen je om soepeler te rijden.

close up of a rough road transition

Overgang naar gravel

  • Blijf alert! Kijk altijd ver vooruit en let op de omgeving.
  • Geef ruimte aan andere fietsers. Kom je aan bij een overgang naar een ruwer wegdek, neem dan wat afstand. Geef met een handgebaar aan dat je vertraagt. Rem niet plots, maar stop met trappen of rem zachtjes af.
  • Ontspan je handen. Houd je handen op de remgrepen voor controle, maar vermijd een krampachtige greep. Losse handen helpen schokken opvangen.
  • Pas je houding aan. Schuif iets naar achter op je zadel. Wanneer je de overgang maakt naar oneffen terrein, vertraagt je fiets vaak ineens. Houd je pedalen horizontaal voor balans en controle. Dit helpt je ook om voorwaartse beweging van je lichaam te beperken.

a road bike rider on a gravel road segment

Rijden over oneffen terrein

  • Houd het vloeiend. Trap zo gelijkmatig mogelijk als je rijdt over kasseien, gravel of slechte wegen. Schakel eventueel naar een zwaarder verzet om wat meer momentum te houden.
  • Zit rechtop. Op vlak terrein kun je je handen naar de bovenkant van het stuur verplaatsen voor een comfortabelere houding. Zo verplaats je je gewicht naar achter en rij je soepeler.
  • Blijf waakzaam. Let op veranderend terrein, gaten of losliggende stenen. Houd je blik altijd vooruit om tijdig te anticiperen.

a woman riding a road bike on gravel

Bochten nemen op oneffen terrein

  • Beweeg subtiel. Minder grip betekent dat je minder scherp kan sturen. Houd je handen losser op het stuur dan je normaal zou doen.
  • Kijk door de bocht. Dit helpt je positie en lijn behouden én obstakels vroeg opmerken.
  • Rem vóór de bocht. Doe het meeste remwerk terwijl je nog rechtuit rijdt. In de bocht zelf zo min mogelijk remmen.
  • Buitenste voet omlaag. Laat de pedaal aan de buitenzijde van de bocht zakken voor stabiliteit.
  • Blijf ontspannen. Een gespannen houding zorgt voor onbalans. Haal adem, blijf rustig en kijk waar je naartoe wilt.
  • Blijf gecentreerd. Houd je gewicht verdeeld over voor- en achterwiel.
  • Versnel pas na de bocht. Als je weer rechtuit rijdt, kun je weer kracht zetten.

Descending on rough roads on a road bike

Afdalen op ruw terrein

  • Ga staan. Zie je een afdaling met kuilen of oneffenheden, kom dan uit het zadel. Houd je pedalen in een horizontale positie met je voorkeursvoet vooraan. Dit zorgt voor stabiliteit en balans.
  • Handen op de remgrepen. Zo heb je controle over je remmen en houd je balans.
  • Handen in de beugels bij steile afdalingen. Dit geeft je meer remkracht en controle.
  • Beweeg iets naar achter. Vooral op steile afdalingen: houd je lichaam iets naar achter en buig je knieën en ellebogen om schokken op te vangen.

two road bikes propped up on a building with gravel
Delen